zondag 20 juni 2010

Grafschender 2, niveau 2

Zonovergoten. Blijf er niet Venetiaans blind voor. Verdrink er eenvoudig een.
Ik blijf even onderweg in vergetelheid, dans nog in gedachten. Hoopvol met uzi’s.
Anders, anders, radicaal anders, want zo schijnbaar hetzelfde. Dat moet mis zijn in een land waar het compromis slechts tegenstellingen trekt.
Als ik nu eens niet, niet, niet je gedachten voor je afmaakte, zelfs wanneer ik toch gelijk mocht blijken te hebben, niet achter deze ondoordringbare sluier opgehouden werd, niet opgenaaid was in metafysiognomiterminologicalamitrante presupposities. Want als, dan. Ja, dan zou ik nog eens, dan. Als.
Als er voor povere hartsjachten prijzen worden uitgereikt, ben ik de kannibaal van mijn generatie. Of zo onderhand toch al de onderhond. Van nul naar kul, in de sterren gebeiteld.
Moest ik foto’s van je hebben, ik warmde mijn handen aan een knetterend vuurtje dat ze opvrat, met mijn verloren eenzaamheid aan hen klevend. In mijn boudoir, mijn lange vingers die vooralsnog braafjes thuis blijven.
En ik maar enigma zijn. Mysterieuze, hermetische neopostavantgardistische vijftiger. Werkweigeraar van de pretentie inleg te bestieren. Hengsten zouden bedeeld kunnen worden, als en slechts als ik royaal gepompt zat.
Hoe vertel je dat dan? Misschien moeten fuga’s nu aria’s heten, ├ętudes slinks herdoopt worden tot canons, klavierconcerto’s tot symfonische klavecimbelduetten. Dat maakt het vast bevattelijk, zoals eiffelgrote klokkenbendes alpenhoorns lustig de passie preken, de les spellen en stiekem zelf de ganzen al lang en breed beet hebben.
Als je je armen opent, is je schaduw die van het kruis. Misdaad beloont wie haar jarenlange trouw betonen, in de glimp van een oog. Jij, heilige, sla absoluut ad misericordiam op mijn zoute kapsel neder.

Geen opmerkingen: