dinsdag 1 juli 2008

Het Veld

Ik zoek je.
Mijn oog speurt de dichte grazige wouden af, speurend naar onder je blote voeten geknakte grassprietjes. Mijn bonzend hart vergeet een slag telkens ik beet heb.
Ik nader tot je, vast en zeker.
Hoog hef ik mijn hoofd, zodat mijn neus je aroma kan vangen. Een geur die van eeuwig voorjaar spreekt. Ik proef je parfum op mijn papillen.
Altijd dichter.
Ik ondervraag de vogels, onderwerp de knaagdieren aan mijn kruisverhoor. Ze moeten je wel gezien hebben, dat kan niet anders. Hun gekwetter maakt je niet onopvallender dan een lopend vuurtje.
De lucht is bezwangerd met je aanwezigheid, maar ik kan je nog niet grijpen. De wetenschap van je nabijheid rilt plagerig op mijn huid.

Een korte flits van je zwarte haren, een heldere lach, rennende voetstappen. Je glipt me weer door de vingers.
Onschuldig ren je de rode zon tegemoet.

De zonsondergang is zo mooi als de pest.

1 opmerking:

Ru zei

Hier hou ik nu eens van: korte, betekenisvolle prozastukken